logo Gooisch Effectenhuis
Kenmerken van financiele instrumenten en daaraan verbonden specifieke risico’s

Bij het kiezen van beleggingen dient een goede afweging gemaakt te worden betreffende welke financiële instrumenten binnen de beleggingsdoelstelling vallen. Aan alle vormen van beleggen zijn in meer of mindere mate risico’s verbonden.
De effecteninstelling is verplicht de cliënt hierop te wijzen. De risico’s zijn afhankelijk van de belegging. Een belegging kan in meer of mindere mate speculatief zijn. Meestel geldt dat een belegging met een hoger verwacht rendement grotere risico’s met zich brengt. Zeker bij het beleggen in buitenlandse effecten kan de overheidspolitiek in het desbetreffende land gevolgen hebben voor de waarde van de belegging. Daarnaast dient bij het beleggen in buitenlandse effecten rekening te worden gehouden met het valutarisico.

U dient zich terdege bewust te zijn van de beleggingsrisico’s. Door middel van een bijlage informeren wij u over de kenmerken en risico’s, al is ook deze bijlage niet uitputtend. Waar nodig verschaft uw adviseur extra informatie over de kosten, werking en risico's van de geadviseerde beleggingsproducten.

Hieronder worden de kenmerken van de effecten besproken waarin voor de cliënt mag worden gehandeld, alsmede de daaraan verbonden specifieke beleggingsrisico’s.

Aandelen
Aandelen zijn deelnemingen in de aandelenkapitaal van een vennootschap. De aandeelhouder mag zich –economisch gezien- beschouwen als een bezitter van een deel van het vermogen van een onderneming. Aandelen kunnen op naam zijn gesteld of aan toonder luiden. Bij aandelen is sprake van risicodragend kapitaal. In geval van faillissement kan de waarde teruglopen tot nul. De waarde- ontwikkeling is vooral afhankelijk van de gerealiseerde en verwachte bedrijfsresultaten en de dividendpolitiek van de betrokken vennootschap. Aandeelhouders komen pas voor dividend in aanmerking, nadat alle overige kapitaalverschaffers aan hen toekomende rendement hebben ontvangen.

De risico’s van een belegging in aandelen kunnen dus zeer verschillend zijn, afhankelijk van onder meer de ontwikkelingen bij de onderneming en de kwaliteit van het management.

Certificaten van aandelen zijn effecten die originele aandelen vertegenwoordigen. De aandelen zelf zijn meestal in beheer bij een administratiekantoor. Certificaathouders zijn als het ware deelgerechtigd in de onderliggende aandelen. Niet alle rechten die zijn verbonden aan aandelen, zijn ook van toepassing op certificaten van aandelen (vaak is bijvoorbeeld het aan aandelen verbonden stemrecht beperkt).
De risico’s zijn in principe dezelfde als de risico’s aan gewone aandelen.

Obligaties
Obligaties zijn schuldbrieven van een lening uitgegeven door een (overheid)instelling. Over de schuld wordt door de instelling die de obligatie heeft uitgegeven over het algemeen een vooraf overeengekomen rente vergoed. Nagenoeg alle obligaties zijn aflosbaar. Obligaties behoren tot het vreemde vermogen van een onderneming.

Er bestaan bijzondere vormen van obligaties. Deze bijzondere vormen kunnen betrekking hebben op de wijze van rentebetaling, de wijze van aflossing, de wijze van uitgifte en bijzondere leningsvoorwaarden. Het rendement op de obligatie kan bijvoorbeeld afhankelijk worden gesteld van de geldende rentestand (voorbeelden zijn surplusobligaties en rente-obligaties) of van de winst van de instelling die de obligatie heeft uitgegeven (zoals winstdelende obligaties en inkomstenobligaties).

Er bestaan ook obligaties waarop geen rente wordt uitgekeerd (zerobonds). Het rendement op deze obligaties wordt verkregen uit het verschil tussen de uitgiftekoers en de latere aflossingskoers.

Ook een belegging in obligaties draagt risico’s met zich mee. De koers van een obligatie is over het algemeen in de eerste plaats afhankelijk van de rentestand, zodat koersschommelingen kunnen plaatsvinden. Voorts is de gegoedheid van de uitgevende instelling belangrijk. Ingeval van faillissement van de uitgevende instelling gelden de obligatiehouders als concurrente onverzekerde crediteuren van de uitgevende instelling, tenzij ten behoeve van de obligatiehouder een speciale zekerheid is bedongen.

Converteerbare obligaties
De converteerbare obligatie is een obligatie die gedurende de zogenaamde conversieperiode tegen de conversiekoers onder bepaalde voorwaarden kan worden omgewisseld tegen aandelen.
Een converteerbare obligatie vertoont kenmerken van zowel een aandeel als een obligatie.
Voor de risico’s wordt derhalve verwezen naar de risico’s die zijn verbonden aan deze effecten.

Warrants
Een warrant vertegenwoordigt het recht om gedurende een vastgestelde periode een bepaald aantal (certificaten van) aandelen of obligaties te kopen tegen een vooraf vastgestelde prijs van de vennootschap die ze beschikbaar heeft gesteld. Een warrant lijkt op een optie met dien verstande dat een warrant een recht vertegenwoordigt jegens het betrokken bedrijf.

De risico’s die zijn verbonden aan warrants zij vergelijkbaar met de risico’s die zijn verbonden aan het kopen van call-opties.

Opties
Een optie is een contract waarbij de partij die de optie verstrekt (de schrijver) aan zijn wederpartij het recht toekent om een onderliggende waarde, gedurende of aan het einde van een overeengekomen periode te kopen (call-optie) of te verkopen (put-optie) tegen een van tevoren vastgestelde prijs. Voor dit recht betaalt de wederpartij meestal een premie aan de schrijver. De premie bedraagt slecht een fractie van de onderliggende waarde. Hierdoor leidt een koersschommeling van de onderliggende waarde tot grotere winsten of verliezen voor de houder van de optie (hefboomwerking).

Meestal is de optie tussentijds verhandelbaar: zowel call- als put-opties kan men kopen en verkopen.

Het kopen van opties
Een optie geeft de koper het recht (niet de verplichting ) om gedurende of aan het eind van een zekere periode een zekere hoeveelheid van een onderliggende waarde te kopen of te verkopen tegen een vooraf overeengekomen prijs. De koper hoeft dus geen gebruik te maken van de optie. Voor het recht dat de koper van een optie verkrijgt, betaalt de koper een premie.

De koper van een optie loopt het risico dat de betaalde premie verloren gaat (het verlies is overigens beperkt tot de betaalde premie en kan nooit meer bedragen).

Het verkopen of schrijven van opties
De tegenpartij van de eerste koper van een optie is de schrijver van de optie. Een schrijver van een optie neemt de verplichting (geen recht) op zich om de onderliggende waarde te leveren (schrijver van de call-optie) of af te nemen (schrijver van de put-optie) tegen de afgesproken prijs. Hij heeft dus een leveringsplicht of ontvangstplicht, waarvoor de schrijver een premie ontvangt.

Bij het schrijven van opties wordt onderscheid gemaakt tussen het gedekt en ongedekt (naakt) schrijven van opties. Onder gedekt schrijven wordt verstaan het schrijven van een call-optie op de onderliggende waarde die schrijver zelf in bezit heeft (de cliënt kan dus leveren). Bij het ongedekt of naakt schrijven heeft men deze stukken niet in bezit en zullen tegen de dan geldende koers alsnog moeten worden geleverd. Het schrijven van put-opties wordt altijd als ongedekt beschouwd (men is immers verplicht de onderliggende waarde te kopen, indien de koper van de optie van zijn recht gebruik wenst te maken). Om er zeker van te zijn dat een schrijver aan zijn verplichtingen kan voldoen, dient de schrijver een zekerheid (margin) te voldoen.

De schrijver van een optie kan te maken krijgen met (onbeperkte) verliezen, die vele malen groter kunnen zijn dan de te ontvangen premie. Hierbij dient onderscheid te worden gemaakt bij het gedekt en ongedekt schrijven van opties. Het gedekt schrijven van een call-optie kan bijvoorbeeld een effectenportefeuille juist beschermen tegen waardevermindering van de portefeuille.

Bij het ongedekt schrijven van opties kunnen de verliezen in principe onbeperkt zijn. Zorgvuldig afgewogen dient te worden of een dergelijke transactie voor de cliënt geschikt is, mede gelet op de financiële positie van cliënt en het doel van de belegging van cliënt.

Termijncontracten
Een termijncontract is de verplichting (geen recht) om een zekere hoeveelheid van een bepaalde onderliggende waarde (zoals valuta, goederen of grondstoffen) te kopen of te verkopen tegen een vastgestelde prijs met levering op termijn. Een termijncontract kan worden gekocht of worden verkocht. De koper van een termijncontract (ook wel houder van een “long positie” genoemd) neemt de verplichting op zich om de afgesproken hoeveelheid in ontvangst te nemen en te betalen. De verkoper (houder van een “short positie”) heeft een leveringsplicht. Het is over het algemeen niet de bedoeling om de partij goederen of financiële waarden daadwerkelijk te ontvangen of te leveren.

De termijnhandel kent een hoge mate van hefboomwerking. Bij het afsluiten van een termijncontract behoeft maar een gering deel van de werkelijke waarde te worden gestort. Een beperkte koersschommeling kan derhalve tot grote verliezen (of winsten) leiden.

Het verlies op termijncontracten, alsmede opties hierop, kan aanzienlijk zijn. Het verlies hoeft niet beperkt te zijn tot de inleg. Onder bepaalde marktomstandigheden kan het moeilijk of zelfs onmogelijk zijn om een positie te sluiten/liquideren. De verliezen zijn alsdan niet gelimiteerd. Het geven van een “stop-loss” of “stop-limit” opdracht zullen de verliezen niet noodzakelijkerwijze kunnen beperken. Zorgvuldig afgewogen dient te worden of dergelijke transacties voor de cliënt geschikt zijn, mede gelet op de financiële positie van cliënt en het doel van de belegging van de cliënt.

Overig
Deze bijdrage kan niet alle kenmerken van alle effecten en de daaraan verbonden risico’s beschrijven. Ingeval kenmerken van de effecten die hierboven zijn beschreven (en waarin wordt belegd) afwijken, zal de cliënt van deze afwijkende kenmerken en specifieke beleggingsrisico’s op de hoogte worden gesteld. Ook in het geval voor de cliënt wordt gehandeld in effecten die hierboven niet zijn beschreven, zal de cliënt op de hoogte worden gesteld van de kenmerken van deze effecten en de daaraan verbonden specifieke risico’s.

Bij het kiezen van beleggingen dient de cliënt een goede afweging te maken welke effecten binnen zijn of haar beleggingsdoelstelling vallen. Aan alle vormen van beleggen zijn in meer of mindere mate risico’s verbonden. Met name het schrijven van ongedekte opties, termijncontracten (en opties op termijncontracten) kunnen zeer risicovol zijn. De cliënt dient alleen in risicovolle beleggingen te (doen) handelen indien de cliënt het eventuele verlies kan en wil dragen en zich terdege bewust is van de risico’s.

Beleggingsprofiel

Bij de samenstelling van uw portefeuille is uw individuele situatie van groot belang. Ook de periode waarin u wilt beleggen en het doel dat u voor ogen heeft spelen hierbij een grote rol. Wij leggen voor iedere belegger een beleggersprofiel vast. Dat doen we niet alleen om u nog gerichter te kunnen adviseren, maar ook omdat het ons de mogelijkheid biedt om periodiek de samenstelling van uw portefeuille te beoordelen. Door het invullen van de vragenlijst kunt u gemakkelijk bepalen wat voor soort belegger u bent. De portefeuillemodellen geven vervolgens aan wat de gewenste verdeling is van uw beleggingen over de verschillende financiële instrumenten.

Wij hebben bandbreedtes vastgesteld voor de verschillende financiële instrumenten binnen ieder beleggersprofiel. Dat wil zeggen dat wij bepaald hebben hoeveel procent een bepaald financieel instrument maximaal of minimaal deel moet uitmaken van uw portefeuille om binnen een beleggersprofiel te blijven.

Door het gebruik van derivaten in uw beleggingsportefeuille kan het beleggersprofiel van uw portefeuille in belangrijke mate wijzigen. De mate waarin het risico wijzigt (meer of minder risico), hangt af van de aard van en de mate waarin derivaten in uw portefeuille zijn vertegenwoordigd. Indien derivaten het risico in uw portefeuille in belangrijke mate vergroten is er sprake van een speculatief beleggersprofiel. Een zinvol en verantwoord gebruik van derivaten in uw portefeuille vereist in elk geval een goed inzicht in de werking en risico’s ervan, evenals een adequate financiële positie.

Het juiste beleggersprofiel is uw eigen verantwoordelijkheid. Als er zich wijzigingen voordoen in uw persoonlijke omstandigheden, kan dit van invloed zijn op het door u gekozen beleggersprofiel.
U dient er zelf voor te zorgen dat uw beleggersprofiel blijft aansluiten bij uw persoonlijke situatie. Indien er gegevens zijn, die de uitkomst van het beleggersprofiel in de toekomst zouden kunnen wijzigen, zal u ons hiervan op de hoogte moeten brengen.

Onze beleggingsprofielen

1. Beperkt risico (zeer defensief)
Vast rentende waarden 90%
Aandelen 10%

U streeft naar een beleggingsportefeuille met een zeer beperkt risico. U vindt een laag risico belangrijker dan het behalen van een hoog rendement. U wilt immers al over enkele jaren over het belegde vermogen kunnen beschikken. De portefeuille bestaat voornamelijk uit vastrentende waarden en leent zich goed om een regelmatige inkomensstroom te genereren. Dit beleggingsprofiel vereist een minimale beleggingshorizon van 2 tot 4 jaar.

2. Beheerst risico (defensief)
Vast rentende waarden 70%
Aandelen 30%

U streeft naar een beleggingsportefeuille met een beheerst risico. Door een beperkt deel in aandelen te beleggen, wordt het te verwachten rendement verhoogd, bij een gematigd risico. De portefeuille leent zich toch goed om een regelmatige inkomensstroom te genereren. Dit beleggingsprofiel vereist een minimale beleggingshorizon van 4 tot 8 jaar.

3. Rendement groei (matig offensief)
Vast rentende waarden 50%
Aandelen 50%

U streeft een combinatie van vermogensgroei en inkomen na. Het percentage aandelen vereist een behoorlijke tolerantie voor waardedalingen, zij het in mindere mate dan de regelmatig voorkomende dalingen van de aandelenindices. Bij dit beleggingsprofiel hoort een minimale beleggingshorizon van 8 tot 12 jaar.

4. Groei (offensief)
Vast rentende waarden 30%
Aandelen 70%

U heeft ervaring op het gebied van beleggen en weet dat de financiële markten grillig kunnen bewegen. U richt zich vooral op vermogensgroei en minder op het genereren van inkomen. Om toch enige zekerheid in het vermogen in te bouwen, kiest u er bewust voor een deel vastrentend te beleggen. De waarde van het belegd vermogen kan, gezien het bovengemiddelde percentage aandelen, sterk fluctueren. Bij dit beleggingsprofiel hoort een minimale beleggingshorizon van 12 tot 16 jaar.

5. Vermogens groei (zeer offensief)
Vast rentende waarden 10%
Aandelen 90%

U bent een risicobewuste belegger, die voornamelijk geïnteresseerd is in vermogenswinst. Wat betreft inkomsten of andere doelstellingen bent u niet afhankelijk van dit deel van uw vermogen. U kent de dynamiek van de beurs en u aanvaardt de risico’s die daarbij horen. De waarde van het belegd vermogen kan, gezien het hoge percentage aandelen, sterk fluctueren. Bij dit beleggingsprofiel hoort een minimale beleggingshorizon van > 16 jaar.

6. Speculatief
U kiest er bewust voor te proberen met (een deel van) uw beleggingen in te spelen op beursontwikkelingen en –verwachtingen op kortere termijn.
Derivaten kunnen een belangrijk deel van uw portefeuille uitmaken. U heeft veel kennis van en ervaring met financiële markten, u volgt deze markten op de voet en u bent zich bewust van het maximale risico dat u kunt lopen. U kunt zich een eventueel substantieel verlies financieel ook veroorloven. Het gerealiseerde rendement kan zeer hoog zijn, maar u kunt tevens uw inleg geheel verliezen. Dit profiel kent geen specifieke verhouding tussen aandelen en vastrentende waarden. Gooisch Effectenhuis zal u in dit geval dus niet kunnen informeren over afwijkingen in de verhoudingen tussen aandelen en vastrentende waarden.

Gooisch Effectenhuis   Gravenstraat 21   7383 RJ Voorst gem Voorst   t +31(0)55–357 45 65   f +31(0)55–357 45 66   e info@gooischeffectenhuis.nl
vergunninghouder AFM / Deelnemer DSI